Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:1532

2021-10-15 Bestuursrecht; Belastingrecht 20/03320
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-10-15
Publicatiedatum
2021-10-14
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
20/03320
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2021/2474 | V-N 2021/46.21.9 | Belastingblad 2021/415 | Viditax (FutD) 2021101512 | FutD 2021-3189

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.154 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 20/03320

Datum 15 oktober 2021



ARREST



in de zaak van




[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)



tegen



het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE AMSTERDAM



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 30 juli 2020, nr. 19/01358 en 19/01365, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. AMS 18/7636 en AMS 18/7637) betreffende aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting.








1Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door N.G.A. Voorbach, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.



2.Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2021.




ECLI:NL:GHAMS:2020:2176.