Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2021:1511
2021-10-15
Civiel recht; Verbintenissenrecht
20/01698
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2021:1511 → ECLI:NL:GHARL:2020:1870 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:1511 → ECLI:NL:PHR:2021:421 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Koopovereenkomst woning. Ten behoeve van verkoper opgenomen bedenktijdclausule (art. 7:2 lid 2 BW). Ontbinding wegens verkoop aan derde partij. Uitleg clausule.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.358 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01698
Datum 15 oktober 2021
ARREST
In de zaak van
1. [verkoper 1],wonende te [woonplaats],
2. [verkoper 2],wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [de verkopers],
advocaat: R.D. Boesveld,
tegen
1. [koper 1],wonende te [woonplaats]
2. [koper 2],wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [de kopers],
advocaat: T. van Malssen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/08/215804 / HA ZA 18-146 van de rechtbank Overijssel van 30 januari 2019;
het arrest in de zaak 200.259.208 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 maart 2020.
[de verkopers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[de kopers] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [de verkopers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [de verkopers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de kopers] begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren M.J. Kroeze, als voorzitter, C.H. Sieburgh en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 15 oktober 2021.
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01698
Datum 15 oktober 2021
ARREST
In de zaak van
1. [verkoper 1],wonende te [woonplaats],
2. [verkoper 2],wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [de verkopers],
advocaat: R.D. Boesveld,
tegen
1. [koper 1],wonende te [woonplaats]
2. [koper 2],wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [de kopers],
advocaat: T. van Malssen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/08/215804 / HA ZA 18-146 van de rechtbank Overijssel van 30 januari 2019;
het arrest in de zaak 200.259.208 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 maart 2020.
[de verkopers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[de kopers] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [de verkopers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [de verkopers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de kopers] begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren M.J. Kroeze, als voorzitter, C.H. Sieburgh en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 15 oktober 2021.