Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:151

2021-01-29 Civiel recht 19/05141
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-01-29
Publicatiedatum
2021-01-28
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
19/05141
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2021/177

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Exploitatieovereenkomst tankstation. Uitleg overeenkomst. Samenhang met zaak 19/03722.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.044 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


CIVIELE KAMER



Nummer 19/05141

Datum 29 januari 2021


ARREST


In de zaak van


DE PAAL WILP B.V.,gevestigd te Wilp,
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
hierna: DPW,
advocaat: E.F.A. Linssen-van Rossum,


tegen


ESSO NEDERLAND B.V.,gevestigd te Breda,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep,
hierna: Esso,
advocaat: M.W. Scheltema.


1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:


het vonnis in de zaak C/02/325799 / HA ZA 17-39 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 26 juli 2017;


het arrest in de zaak 200.225.961/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 augustus 2019.



DPW heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Esso heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het zowel het principale cassatieberoep als het incidentele cassatieberoep.
De advocaat van DPW heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.



2Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).





3Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep;




verwerpt het beroep;


veroordeelt DPW in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Esso begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien DPW deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;


in het incidentele beroep;


verwerpt het beroep;


veroordeelt Esso in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DPW begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Esso deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.





Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 29 januari 2021.