Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2021:1416
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:1416 → ECLI:NL:PHR:2021:972
Inhoudsindicatie
OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op aanhanger met 6 LED-schermen onder klager t.z.v. verdenking van diefstal, waarna OvJ voornemens is deze terug te geven aan belanghebbende (aangever van diefstal). Is belanghebbende ex art. 552a.5 Sv in de gelegenheid gesteld te worden gehoord en zelf klaagschrift in te dienen? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Uit de aan HR gezonden stukken blijkt niet dat afschrift van kennisgeving a.b.i. art. 552a.5 Sv aan aangever is verzonden. Zonder nadere motivering, die in beschikking Rb ontbreekt, is niet begrijpelijk waarom raadkamer niet (desnoods met aanhouding van behandeling van het door klager ingediende klaagschrift) aangever in de gelegenheid heeft gesteld om te worden gehoord en/of om desgewenst zelf klaagschrift in te dienen. Dat klaagschrift van klager wegens Coronapandemie niet op openbare raadkamerzitting is behandeld, kan daarvoor niet het argument zijn. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2023:271 Parket bij de Hoge Raad 07-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:272 Parket bij de Hoge Raad 07-03-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.275 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 20/02341 B
Datum 12 oktober 2021
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 20 juli 2020, nummer RK 20/002371, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de klager.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank NoordHolland, locatie Haarlem, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
2Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de rechtbank in strijd met artikel 552a lid 5 van het Wetboek van Strafvordering de belanghebbende [aangever] niet in de gelegenheid heeft gesteld om te worden gehoord en om desgewenst zelf een klaagschrift in te dienen.
2.2
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.4 tot en met 4.7 is het cassatiemiddel terecht voorgesteld.
3Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het eerste cassatiemiddel niet nodig.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Holland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 oktober 2021.