Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2021:1252
2021-09-14
Strafrecht
20/03059
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:1252 → ECLI:NL:PHR:2021:582
Inhoudsindicatie
OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 en/of 94a Sv op onroerend goed en huuropbrengsten onder klager en zijn ex-partner t.z.v. verdenking van overtreding van Opiumwet en witwassen van geldbedragen. Heeft Rb in het midden gelaten o.g.v. welke bepaling het beslag is gelegd en niet duidelijk gemaakt welke maatstaf zij heeft toegepast? Op redenen vermeld in HR:2021:1244 slaagt middel. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 20/03053 B.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2021:1244 Hoge Raad 14-09-2021
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.190 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/03059 B
Datum 14 september 2021
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 29 juni 2020, nummer RK 20/103, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de klager.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing naar de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan.
2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de gedeeltelijke gegrondverklaring van het beklag.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt in zoverre. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 20/03053, ECLI:NL:HR:2021:1244.
3Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het restant van het eerste cassatiemiddel en van het tweede cassatiemiddel niet nodig.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 september 2021.
STRAFKAMER
Nummer 20/03059 B
Datum 14 september 2021
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 29 juni 2020, nummer RK 20/103, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de klager.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing naar de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan.
2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de gedeeltelijke gegrondverklaring van het beklag.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt in zoverre. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 20/03053, ECLI:NL:HR:2021:1244.
3Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het restant van het eerste cassatiemiddel en van het tweede cassatiemiddel niet nodig.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 september 2021.