Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:1234

2021-09-14 Strafrecht 19/04267
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-09-14
Publicatiedatum
2021-09-09
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
19/04267
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2021/909

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen vervaardigen van amfetamine (art. 47 Sr jo. 2.D Opiumwet). Middelen over het verzuim te beslissen op het (voorwaardelijk) verzoek om getuige(-deskundige) te horen, afwijzen verzoek om medeverdachten als getuige te horen en een beroep op niet-ontvankelijkheid OM gelet op strijd met art. 14.5 IVBPR en de strafmotivering i.v.m. de overschrijding RT. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met vijf andere zaken.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.024 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 19/04267

Datum 14 september 2021




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 september 2019, nummer 20-000895-17, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.T. van Berge Henegouwen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
De advocaat-generaal heeft in reactie daarop haar conclusie tot verwerping van het beroep gehandhaafd.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 september 2021.