Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:118

2021-02-16 Strafrecht 19/02490
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-02-16
Publicatiedatum
2021-01-26
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
19/02490
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2021/260

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen van verlengde uitvoer van een zeer grote hoeveelheid MDMA naar Engeland (art. 2.A Opiumwet), medeplegen van uitvoer van een grote hoeveelheid LSD naar Zuid-Afrika (art. 2.A Opiumwet), medeplegen invoer grote hoeveelheid hennep uit Zuid-Afrika (art. 3.A Opiumwet) en aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet). 1. Bewijsklacht bijdrage van voldoende gewicht aan ten vervoer aanbieden MDMA en 2. Volstaan met opgave b.m. ex art. 359.3 Sv. Bekennende verklaring? HR: art. 81.1.RO. Samenhang met acht andere zaken.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.798 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER




Nummer 19/02490

Datum 16 februari 2021




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 21 mei 2019, nummer 23-002251-16, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 februari 2021.