Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2021:1140
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:1140 → ECLI:NL:PHR:2021:537
Inhoudsindicatie
Caribische zaak. Medeplegen gewoontewitwassen (art. 2 Landsverordening strafbaarstelling witwassen van geld (oud) en art. 435b Wetboek van Strafrecht BES) en deelneming aan misdadige organisatie (art. 146 Wetboek van Strafrecht BES). 1. Ontbreken van de in beklagzaak door derden overgelegde producties. 2. Afwijzing verzoek o.g.v. art. 57.2 SvNA om 2 kennelijk niet bij hof ingeschreven advocaten toe te staan als raadslieden op te treden. 3. Bewijsklachten witwassen. Kunnen baren en broodjes goud, die vanuit Venezuela illegaal zijn geëxporteerd naar Aruba en Curaçao, worden aangemerkt als uit enig misdrijf afkomstig? 4. Bewijsklachten deelneming aan misdadige organisatie. Heeft verdachte deelgenomen aan criminele organisatie? HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2018:327. Samenhang met 20/00751 C.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2023:646 Parket bij de Hoge Raad 04-07-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:648 Parket bij de Hoge Raad 04-07-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:649 Parket bij de Hoge Raad 04-07-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (1.938 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 20/01749 C
Datum 13 juli 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 20 februari 2020, nummer H 177/2014, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juli 2021.