Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:1109

2021-07-09 Bestuursrecht; Belastingrecht 20/00987
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-07-09
Publicatiedatum
2021-07-08
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
20/00987
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NLF 2021/1548 | Viditax (FutD) 2021070912 | FutD 2021-2161

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Rijnvarende. Artikel 13 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid rijnvarenden. Verzoek tot het sluiten van een regularisatieovereenkomst. Beperkte bevoegdheid Hoge Raad bij de beoordeling van uitspraken van de Centrale Raad van Beroep.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.528 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


BELASTINGKAMER





Nummer 20/00987

Datum 9 juli 2021




ARREST




in de zaak van





[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)



tegen



de RAAD VAN BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 16 januari 2020, nrs. 18/1801 AOW en 18/3710 AOW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (nr. ROT 16/5251) betreffende belanghebbendes verzoek tot het sluiten van een overeenkomst als bedoeld in artikel 13 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden en betreffende belanghebbendes verzoek om een veroordeling tot vergoeding van schade.





1Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door M.J. van Dam, heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Sociale verzekeringsbank, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Sociale verzekeringsbank heeft een conclusie van dupliek ingediend.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 7 april 2021 geconcludeerd tot nietontvankelijkverklaring van het cassatieberoep voor zover ziende op de afwijzing van het verzoek om met de bevoegde autoriteiten van Luxemburg in overleg te treden en voor het overige tot ongegrondverklaring van dat cassatieberoep.
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.




2Beoordeling van de middelen
De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 20/01343 (ECLI:NL:HR:2021:1026), waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.



3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2021.




ECLI:NL:PHR:2021:351.