Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:1083

2021-07-13 Strafrecht 20/01641
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-07-13
Publicatiedatum
2021-07-06
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
20/01641
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2021/849

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen (voorbereidingshandelingen) invoer 300 kilo cocaïne (art. 2.A en 10a jo. 10.5 Opiumwet), medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter jo. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr), medeplegen voorhanden hebben vuurwapen (art. 26.1 WWM), medeplegen omkoping van douaneambtenaar, meermalen gepleegd (art. 177.1.1 Sr) en bedreiging, meermalen gepleegd (art. 285.1 Sr). 1. Bewijsklachten invoer cocaïne. Redengevendheid bewijsmiddelen en medeplegen. 2. Bewijsklacht omkoping. 3. Bewijsklacht gewoontewitwassen. Is sprake van concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring dat geld niet van misdrijf afkomstig is? 4. Bewijsklacht voorhanden hebben vuurwapen. Inconsistentie in bewijsconstructie en denaturering bewijsmiddel? 5. Bewijsklacht bedreiging. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.786 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 20/01641

Datum 13 juli 2021




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 18 mei 2020, nummer 22-003159-17, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juli 2021.