Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:1080

2021-07-13 Strafrecht 20/01553
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-07-13
Publicatiedatum
2021-07-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
20/01553
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2021/848

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen moord in 2014 in Huijbergen door slachtoffer bij zijn woning door het hoofd te schieten, art. 289 Sr. Bewijsklacht medeplegen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/01534 en 20/01551.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.806 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 20/01553

Datum 13 juli 2021




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 mei 2020, nummer 20-002457-16, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juli 2021.