Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2021:1039
2021-07-02
Civiel recht
20/00906
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2021:1039 → ECLI:NL:GHDHA:2019:3802 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:1039 → ECLI:NL:PHR:2021:241 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Afwikkeling samenwoning; verdeling eenvoudige gemeenschap. Stilzwijgende afspraak.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2024:1151 Parket bij de Hoge Raad 01-11-2024
- ECLI:NL:RBROT:2024:1852 Rechtbank Rotterdam 06-03-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (2.518 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/00906
Datum 2 juli 2021
ARREST
In de zaak van
[de vrouw],wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het (gedeeltelijk voorwaardelijk) incidentele cassatieberoep,
hierna: de vrouw,
advocaat: C.G.A. van Stratum,
tegen
[de man],wonende te [woonplaats], Italië,
VERWEERDER in cassatie, eiser in het (gedeeltelijk voorwaardelijk) incidentele cassatieberoep,
hierna: de man,
advocaat: H.J.W. Alt.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/09/539101/HA ZA 17-946 van de rechtbank Den Haag van 27 juni 2018;
het arrest in de zaak 200.247.093 van het gerechtshof Den Haag van 10 december 2019.
De vrouw heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De man heeft (gedeeltelijk voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het principale en het incidentele cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale en het incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, H.M. Wattendorff en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 2 juli 2021.
CIVIELE KAMER
Nummer 20/00906
Datum 2 juli 2021
ARREST
In de zaak van
[de vrouw],wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het (gedeeltelijk voorwaardelijk) incidentele cassatieberoep,
hierna: de vrouw,
advocaat: C.G.A. van Stratum,
tegen
[de man],wonende te [woonplaats], Italië,
VERWEERDER in cassatie, eiser in het (gedeeltelijk voorwaardelijk) incidentele cassatieberoep,
hierna: de man,
advocaat: H.J.W. Alt.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/09/539101/HA ZA 17-946 van de rechtbank Den Haag van 27 juni 2018;
het arrest in de zaak 200.247.093 van het gerechtshof Den Haag van 10 december 2019.
De vrouw heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De man heeft (gedeeltelijk voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het principale en het incidentele cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale en het incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, H.M. Wattendorff en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 2 juli 2021.