Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:963
2020-05-29
Civiel recht
20/00311
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:963 → ECLI:NL:GHSHE:2019:4667 niet ontvankelijk
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:963 → ECLI:NL:PHR:2020:388 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 80a RO. Beslag- en executierecht. Executoriaal beslag op roerende zaak. Is die zaak eigendom van een ander dan de schuldenaar? Motiveringsklachten.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.261 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/00311
Datum 29 mei 2020
ARREST
In de zaak van
[de schuldenaar],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [de schuldenaar],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
DE AMBTENAAR BELAST MET DE INVORDERING VAN BSGW BELASTINGSAMENWERKING GEMEENTEN EN WATERSCHAPPEN,gevestigd te Roermond,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Ambtenaar,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/03/230883/HA ZA 17-48 van de rechtbank Limburg van 14 februari 2018;
het arrest in de zaak 200.235.995/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 december 2019.
[de schuldenaar] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de Ambtenaar is verstek verleend.
Het standpunt van de procureur-generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep met toepassing van art. 80a lid 1 RO.
De advocaat van [de schuldenaar] heeft schriftelijk op dat standpunt gereageerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;
- veroordeelt [de schuldenaar] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ambtenaar begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 29 mei 2020.
CIVIELE KAMER
Nummer 20/00311
Datum 29 mei 2020
ARREST
In de zaak van
[de schuldenaar],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [de schuldenaar],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
DE AMBTENAAR BELAST MET DE INVORDERING VAN BSGW BELASTINGSAMENWERKING GEMEENTEN EN WATERSCHAPPEN,gevestigd te Roermond,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Ambtenaar,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/03/230883/HA ZA 17-48 van de rechtbank Limburg van 14 februari 2018;
het arrest in de zaak 200.235.995/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 december 2019.
[de schuldenaar] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de Ambtenaar is verstek verleend.
Het standpunt van de procureur-generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep met toepassing van art. 80a lid 1 RO.
De advocaat van [de schuldenaar] heeft schriftelijk op dat standpunt gereageerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;
- veroordeelt [de schuldenaar] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ambtenaar begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 29 mei 2020.