Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:892
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:892 → ECLI:NL:PHR:2020:345
Inhoudsindicatie
Valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) door e-mails te sturen aan 2 klanten van zijn opdrachtgever teneinde facturen op eigen rekening te innen, art. 225.1 Sr. 1. Begrijpelijkheid ’s hofs oordeel dat appeldagvaarding door verdachte in persoon in ontvangst is genomen. 2. Bewijsklacht bewezenverklaarde periode. Eén van de e-mails is vóór bewezenverklaarde periode verzonden. 3. Vordering b.p. Ontvankelijkheid in h.b., nu in h.b. andere rechtspersoon dan b.p. voegingsformulier heeft ingediend? Art. 421.3 Sv. 4. Vordering b.p. Rechtstreekse schade, nu deel van bedrag is verkregen n.a.v. e-mail die buiten bewezenverklaarde periode valt? 5. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1., 2., 3. en 4. HR: art. 81.1 RO. Ad 5. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte verplichting opgelegd om aan Staat ten behoeve van in arrest genoemd slachtoffer in arrest vermeld bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door in arrest genoemd aantal dagen hechtenis. HR zal ’s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij vervangende hechtenis is toegepast overeenkomstig hetgeen is beslist in ECLI:NL:HR:2020:914. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. CAG gaat in op ontvankelijkheid cassatieberoep.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2020:914 Hoge Raad 26-05-2020
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2023:263 Parket bij de Hoge Raad 07-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2020:725 Parket bij de Hoge Raad 25-08-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (2.815 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 18/03681
Datum 2 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 juni 2018, nummer 21/002412-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben N. van der Laan en D. Bektesevic, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
3.1
Het hof heeft de verdachte de verplichting opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer het in het arrest vermelde bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het arrest genoemde aantal dagen hechtenis.
3.2
De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof ambtshalve vernietigen voor zover daarbij vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast;
- bepaalt dat met toepassing van artikel 6:4:20 van het Wetboek van Strafvordering gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juni 2020.