Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:881
2020-05-15
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
19/03583
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:881 → ECLI:NL:PHR:2019:1347 gevolgd
Inhoudsindicatie
Procesrecht. Verzoek voorlopige voorzieningen (art. 223 Rv) door hof afgewezen. Verwerping cassatieberoep wegens gebrek aan belang, omdat de hoofdzaak door uitspraak Hoge Raad van vandaag in zaak 19/00292 is geëindigd (ECLI:NL:HR:2020:875).
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2020:875 Hoge Raad 15-05-2020
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.609 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/03583
Datum 15 mei 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw] ,wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: K. Aantjes,
tegen
[de man],wonende te [woonplaats], België,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
advocaat: N.C. van Steijn.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak C/16/433007 en C/16/433009 van de rechtbank Midden-Nederland van 9 augustus 2017;
de beschikkingen in de zaak 200.227.197/03 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 oktober 2018 en 30 april 2019.
De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof van 30 april 2019 beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. de man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Uitgangspunten en feiten
2.1
Bij de hiervoor genoemde beschikking van 18 oktober 2018 heeft het hof einduitspraak gedaan in de hoofdzaak. Tegen deze uitspraak heeft de vrouw cassatieberoep ingesteld (zaaknr. 19/00292).
2.2
Bij de in dit cassatieberoep bestreden beschikking van 30 april 2019 heeft het hof beslist op het verzoek dat de vrouw na de sluiting van de behandeling van de hoofdzaak heeft gedaan en dat ertoe strekt op grond van art. 223 Rv voor de duur van het geding nadere voorlopige voorzieningen te treffen. Het hof heeft dit verzoek afgewezen. Daartegen keert zich het middel.
3Beoordeling van het belang bij het beroep
De Hoge Raad heeft vandaag het cassatieberoep in de hoofdzaak verworpen. Daarmee is het geding geëindigd. De vrouw heeft derhalve geen belang meer bij haar verzoek. Het beroep moet daarom bij gebrek aan belang worden verworpen.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 15 mei 2020.
HR 15 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:875.
CIVIELE KAMER
Nummer 19/03583
Datum 15 mei 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw] ,wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: K. Aantjes,
tegen
[de man],wonende te [woonplaats], België,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
advocaat: N.C. van Steijn.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak C/16/433007 en C/16/433009 van de rechtbank Midden-Nederland van 9 augustus 2017;
de beschikkingen in de zaak 200.227.197/03 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 oktober 2018 en 30 april 2019.
De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof van 30 april 2019 beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. de man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Uitgangspunten en feiten
2.1
Bij de hiervoor genoemde beschikking van 18 oktober 2018 heeft het hof einduitspraak gedaan in de hoofdzaak. Tegen deze uitspraak heeft de vrouw cassatieberoep ingesteld (zaaknr. 19/00292).
2.2
Bij de in dit cassatieberoep bestreden beschikking van 30 april 2019 heeft het hof beslist op het verzoek dat de vrouw na de sluiting van de behandeling van de hoofdzaak heeft gedaan en dat ertoe strekt op grond van art. 223 Rv voor de duur van het geding nadere voorlopige voorzieningen te treffen. Het hof heeft dit verzoek afgewezen. Daartegen keert zich het middel.
3Beoordeling van het belang bij het beroep
De Hoge Raad heeft vandaag het cassatieberoep in de hoofdzaak verworpen. Daarmee is het geding geëindigd. De vrouw heeft derhalve geen belang meer bij haar verzoek. Het beroep moet daarom bij gebrek aan belang worden verworpen.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 15 mei 2020.
HR 15 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:875.