Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:790
2020-04-24
Civiel recht
19/01421
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:790 → ECLI:NL:GHDHA:2018:3940 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:790 → ECLI:NL:PHR:2019:1276 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Merkenrecht. Beroep van Benelux-Bureau tegen bevel van hof tot inschrijving van merk AMSTERDAM UNIVERSITY voor merchandise.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.252 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/01421
Datum 24 april 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
BENELUX-ORGANISATIE VOOR DE INTELLECTUELE EIGENDOM (MERKEN EN TEKENINGEN OF MODELLEN en haar orgaan het BENELUX-BUREAU VOOR DE INTELLECTUELE EIGENDOM (MERKEN EN TEKENINGEN OF MODELLEN),gevestigd te Den Haag,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: het Bureau,
advocaat: E.M. Tjon-En-Fa,
tegen
DE UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM,
gevestigd te Amsterdam.
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de UvA,
advocaat: T. Cohen Jehoram.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 200.238.260/01 van het gerechtshof Den Haag van 18 december 2018.
Het Bureau heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De UvA heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt het Bureau in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de UvA begroot op € 879,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 24 april 2020.
CIVIELE KAMER
Nummer 19/01421
Datum 24 april 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
BENELUX-ORGANISATIE VOOR DE INTELLECTUELE EIGENDOM (MERKEN EN TEKENINGEN OF MODELLEN en haar orgaan het BENELUX-BUREAU VOOR DE INTELLECTUELE EIGENDOM (MERKEN EN TEKENINGEN OF MODELLEN),gevestigd te Den Haag,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: het Bureau,
advocaat: E.M. Tjon-En-Fa,
tegen
DE UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM,
gevestigd te Amsterdam.
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de UvA,
advocaat: T. Cohen Jehoram.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 200.238.260/01 van het gerechtshof Den Haag van 18 december 2018.
Het Bureau heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De UvA heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt het Bureau in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de UvA begroot op € 879,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 24 april 2020.