Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:739
2020-04-17
Civiel recht; Verbintenissenrecht
19/02439
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:739 → ECLI:NL:GHSHE:2019:698 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:739 → ECLI:NL:PHR:2019:1361 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Arbeidsongeval van uitzendkracht waarvoor inlener aansprakelijk is. Uitzendbureau is eigenrisicodrager voor de Ziektewet (art. 63a ZW). Uitzendbureau zoekt regres op inlener ter zake van betaalde ZW-uitkeringen en re-integratiekosten. Kan inlener zich op verhaalsbescherming van art. 52b ZW beroepen?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.140 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/02439
Datum 17 april 2020
ARREST
In de zaak van
FLEXPOINT DIENSTEN GROEP B.V.,gevestigd te Kerkrade,
EISERES tot cassatie,
hierna: Flexpoint,
advocaat: M.A.J.G. Janssen,
tegen
ACCO BRANDS BENELUX B.V.,gevestigd te Born,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Acco,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak 4918893/CV EXPL 16-3163 van de rechtbank Limburg van 7 september 2016;
het arrest in de zaak 200.209.061/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 februari 2019.
Flexpoint heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Acco is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Flexpoint heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Flexpoint in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Acco begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 17 april 2020.
CIVIELE KAMER
Nummer 19/02439
Datum 17 april 2020
ARREST
In de zaak van
FLEXPOINT DIENSTEN GROEP B.V.,gevestigd te Kerkrade,
EISERES tot cassatie,
hierna: Flexpoint,
advocaat: M.A.J.G. Janssen,
tegen
ACCO BRANDS BENELUX B.V.,gevestigd te Born,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Acco,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak 4918893/CV EXPL 16-3163 van de rechtbank Limburg van 7 september 2016;
het arrest in de zaak 200.209.061/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 februari 2019.
Flexpoint heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Acco is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Flexpoint heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Flexpoint in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Acco begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 17 april 2020.