Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:494

2020-03-24 Strafrecht 19/00968
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-03-24
Publicatiedatum
2020-03-23
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
19/00968
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/478 | JIN 2020/65 met annotatie van Oort, C. van

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Mishandeling door tijdens ijshockeywedstrijd speler van tegenpartij vast te pakken en met kracht naar grond te trekken, art. 300 Sr. 1. Mishandeling in sport- of spelsituatie. Heeft hof toereikend gemotiveerd dat handelwijze van verdachte “buiten grenzen van sport- en spelsituatie was gelegen” en derhalve wederrechtelijk was? 2. Bewijsklacht opzet. 3. Causaal verband tussen gedraging en letsel. 4. Toewijzing vordering b.p. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.736 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER





Nummer 19/00968

Datum 24 maart 2020




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 februari 2019, nummer 20-000293-18, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A. Speksnijder, advocaat te Akkrum, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2020.