Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:386
2020-03-06
Civiel recht
19/00258
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:386 → ECLI:NL:GHDHA:2018:2713 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:386 → ECLI:NL:PHR:2019:1368 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur van terreinen met toebehoren in havengebied. Beding in huurovereenkomst over bepalen van nieuwe huurprijs bij verlenging. Uitleg overeenkomst.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.362 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/00258
Datum 6 maart 2020
ARREST
In de zaak van
MAATSCHAP EUROPOORT TERMINAL,gevestigd te Rotterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: MET,
advocaten: J.W.H. van Wijk en M.E.M.G. Peletier,
tegen
HAVENBEDRIJF ROTTERDAM N.V.,gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: het Havenbedrijf,
advocaat: J. de Bie Leuveling Tjeenk.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak 4943152\CV EXPL 16-14030 van de kantonrechter te Rotterdam van 4 augustus 2016 en 27 januari 2017;
het arrest in de zaak 200.218.221/01 van het gerechtshof Den Haag van 16 oktober 2018.
MET heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Het Havenbedrijf heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor MET mede door I.L.N. Timp.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt MET in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Havenbedrijf begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien MET deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 6 maart 2020.
CIVIELE KAMER
Nummer 19/00258
Datum 6 maart 2020
ARREST
In de zaak van
MAATSCHAP EUROPOORT TERMINAL,gevestigd te Rotterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: MET,
advocaten: J.W.H. van Wijk en M.E.M.G. Peletier,
tegen
HAVENBEDRIJF ROTTERDAM N.V.,gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: het Havenbedrijf,
advocaat: J. de Bie Leuveling Tjeenk.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak 4943152\CV EXPL 16-14030 van de kantonrechter te Rotterdam van 4 augustus 2016 en 27 januari 2017;
het arrest in de zaak 200.218.221/01 van het gerechtshof Den Haag van 16 oktober 2018.
MET heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Het Havenbedrijf heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor MET mede door I.L.N. Timp.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt MET in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Havenbedrijf begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien MET deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 6 maart 2020.