Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:383
2020-03-06
Civiel recht
18/05004
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:383 → ECLI:NL:GHARL:2018:7973 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:383 → ECLI:NL:PHR:2019:1174 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Beroepsaansprakelijkheidsverzekering advocaat. Verzekeraar sluit vaststellingsovereenkomst met cliënt van advocaat zonder inzage te geven in brief van advocaat aan advocaat van verzekeraar. Onrechtmatig? Beroep verzekeraar op afgeleid verschoningsrecht. Belang bij enkele verklaring voor recht dat onrechtmatig is gehandeld; art. 3:303 BW.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (9)
- ECLI:NL:PHR:2025:970 Parket bij de Hoge Raad 12-09-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2024:4255 Rechtbank Amsterdam 17-07-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:71 Parket bij de Hoge Raad 19-01-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:1163 Parket bij de Hoge Raad 15-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1070 Parket bij de Hoge Raad 24-11-2023
- ECLI:NL:RBGEL:2023:6305 Rechtbank Gelderland 15-11-2023
- ECLI:NL:RBAMS:2023:3930 Rechtbank Amsterdam 21-06-2023
- ECLI:NL:RBROT:2022:4102 Rechtbank Rotterdam 25-05-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:1229 Parket bij de Hoge Raad 24-12-2021
Volledige tekst
Volledige tekst (2.521 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/05004
Datum 6 maart 2020
ARREST
In de zaak van
1. NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,gevestigd te Rotterdam,
2. ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,gevestigd te Utrecht,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: NN c.s.,
advocaten: D.M. de Knijff en M.S. van der Keur,
tegen
1. [verweerder 1],wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk in enkelvoud: [verweerders],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/16/358413/HA ZA 13-932 van de rechtbank Midden-Nederland van 12 februari 2014, 14 januari 2015, 30 september 2015 en 12 oktober 2016;
het arrest in de zaak 200.208.731 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 september 2018.
NN c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] heeft geen verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor NN c.s. toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van NN c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt NN c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 6 maart 2020.
CIVIELE KAMER
Nummer 18/05004
Datum 6 maart 2020
ARREST
In de zaak van
1. NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,gevestigd te Rotterdam,
2. ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,gevestigd te Utrecht,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: NN c.s.,
advocaten: D.M. de Knijff en M.S. van der Keur,
tegen
1. [verweerder 1],wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk in enkelvoud: [verweerders],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/16/358413/HA ZA 13-932 van de rechtbank Midden-Nederland van 12 februari 2014, 14 januari 2015, 30 september 2015 en 12 oktober 2016;
het arrest in de zaak 200.208.731 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 september 2018.
NN c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] heeft geen verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor NN c.s. toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van NN c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt NN c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 6 maart 2020.