Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:358

2020-03-03 Strafrecht 17/02047
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-03-03
Publicatiedatum
2020-02-27
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
17/02047
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2020-0067 | RvdW 2020/338

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Caribische zaak. Medeplegen van het uitvoeren en aanwezig hebben van cocaïne en deelname aan een criminele organisatie te Bonaire en Curaçao (art. 3.1 Opiumwet 1960 BES en art. 3.1.A Opiumwet 1960 BES). Ontvankelijkheid cassatieberoep. O.g.v. art. 10.2 Rijkswet cassatierechtspraak staat voor verdachte, die in h.b. bij verstek is veroordeeld, geen beroep in cassatie open. Deze beperking van het recht op toegang tot de cassatierechter is - ook gelet op het procesverloop in deze zaak - niet in strijd met art. 6 EVRM (vgl. EHRM 16 januari 2002, nr. 38055/97, Eliazer/Nederland). Dat de raadsvrouw van de ttz. in h.b. niet verschenen verdachte aldaar het woord ter verdediging heeft gevoerd, leidt niet tot een ander oordeel (vgl. ECLI:NL:HR:2016:2267). Verdachte in cassatieberoep n-o.

Citeert (1)

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.128 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 17/02047

Datum 3 maart 2020




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 6 april 2017, nummer H 41/2016, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en I.N. Weski, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn cassatieberoep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep

2.1
Het hof heeft - met vernietiging van een vonnis van het gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 25 maart 2015 - de verdachte ter zake van verscheidene opiumwetdelicten en het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren. Het vonnis van het hof is bij verstek gewezen.


2.2

Artikel 10 lid 2 Rijkswet cassatierechtspraak voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: de Rijkswet cassatierechtspraak) luidt:
“De verdachte kan geen beroep in cassatie instellen tegen bij verstek gewezen vonnissen.”



2.3
Op grond van artikel 10 lid 2 van de Rijkswet cassatierechtspraak staat voor de verdachte, die in hoger beroep bij verstek is veroordeeld, geen beroep in cassatie open. Deze beperking van het recht op toegang tot de cassatierechter is - ook gelet op het procesverloop in deze zaak - niet in strijd met artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (vgl. EHRM 16 januari 2002, nr. 38055/97 (Eliazer/Nederland)). De omstandigheid dat de raadsvrouw van de ter terechtzitting in hoger beroep niet-verschenen verdachte aldaar het woord ter verdediging heeft gevoerd, leidt niet tot een ander oordeel (vgl. HR 11 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2267).


2.4
Uit het voorgaande vloeit voort dat de verdachte niet kan worden ontvangen in zijn cassatieberoep.




3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 maart 2020.