Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:310
2020-02-21
Civiel recht
18/03191
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:310 → ECLI:NL:GHARL:2018:3981 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:310 → ECLI:NL:PHR:2019:1115 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Samenwerkingsovereenkomst vastgoedontwikkelaar en gemeente m.b.t. nieuwbouwwoonwijk. Vormt opschorting overleg door gemeente een toerekenbare tekortkoming? Uitleg contractsbepaling: ziet die alleen op uitbreidingsplannen of ook op 'inbreidingsplannen'? Exclusiviteit toegezegd?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.390 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/03191
Datum 21 februari 2020
ARREST
In de zaak van
LUDINGA VASTGOED B.V.,gevestigd te Harlingen ,
EISER tot cassatie,
hierna: Ludinga ,
advocaat: R.T. Wiegerink,
tegen
GEMEENTE HARLINGEN,gevestigd te Harlingen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de gemeente,
advocaten: J.W.H. van Wijk en G.C. Nieuwland.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/17/97518 / HAZA 09-536 van de rechtbank Noord-Nederland van 10 juni 2015 en 6 januari 2016;
het arrest in de zaken 200.178.159/01 en 200.185.145/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 april 2018.
Ludinga heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Ludinga in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de gemeente begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Ludinga deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 21 februari 2020.
CIVIELE KAMER
Nummer 18/03191
Datum 21 februari 2020
ARREST
In de zaak van
LUDINGA VASTGOED B.V.,gevestigd te Harlingen ,
EISER tot cassatie,
hierna: Ludinga ,
advocaat: R.T. Wiegerink,
tegen
GEMEENTE HARLINGEN,gevestigd te Harlingen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de gemeente,
advocaten: J.W.H. van Wijk en G.C. Nieuwland.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/17/97518 / HAZA 09-536 van de rechtbank Noord-Nederland van 10 juni 2015 en 6 januari 2016;
het arrest in de zaken 200.178.159/01 en 200.185.145/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 april 2018.
Ludinga heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Ludinga in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de gemeente begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Ludinga deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 21 februari 2020.