Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:31
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:31 → ECLI:NL:PHR:2019:1165
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Beroep op EHRM-arrest Geerings/Nederland. Heeft Hof bij schatting w.v.v. voordeel betrokken dat is gerelateerd aan in hoofdzaak gegeven partiële vrijspraak? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: In bewezenverklaring in hoofdzaak zijn tlgd. onderdelen “485 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan” doorgestreept. Vonnis Pr kan in het licht van bewijsvoering bezwaarlijk anders kan worden uitgelegd dan dat Pr betrokkene partieel heeft vrijgesproken van hem tlgd., te weten v.zv. hem werd verweten dat hij meer dan 150 hennepplanten heeft geteeld. Enkele omstandigheid dat in bewezenverklaring geen concreet aantal hennepplanten wordt genoemd, maar enkel wordt gesproken van “een aantal hennepplanten” maakt dat, mede gelet op bewijsoverweging, niet anders. In bestreden uitspraak heeft Hof overwogen dat betrokkene d.m.v. begaan van bewezenverklaard feit, telen van hennepplanten in periode van 1-1-2014 t/m 24-4-2014, w.v.v. heeft verkregen. Vervolgens is Hof bij schatting w.v.v. uitgegaan van 1 gerealiseerde oogst uit teelt van in totaal 397 hennepplanten. V.zv. dit het aantal van 150 hennepplanten te boven gaat, heeft Hof ten onrechte aan (partiële) vrijspraak gerelateerd voordeel betrokken bij beoordeling van ontnemingsvordering. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (18)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:21195 Rechtbank Den Haag 17-12-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:1236 Parket bij de Hoge Raad 19-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1236 Parket bij de Hoge Raad 19-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:990 Parket bij de Hoge Raad 28-11-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:278 Parket bij de Hoge Raad 07-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:267 Parket bij de Hoge Raad 07-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:280 Parket bij de Hoge Raad 07-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:410 Parket bij de Hoge Raad 21-02-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:101 Parket bij de Hoge Raad 08-02-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:1151 Parket bij de Hoge Raad 07-12-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1251 Parket bij de Hoge Raad 16-11-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1071 Parket bij de Hoge Raad 16-11-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:297 Parket bij de Hoge Raad 06-04-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:1074 Parket bij de Hoge Raad 10-11-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1161 Parket bij de Hoge Raad 15-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1160 Parket bij de Hoge Raad 15-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:728 Parket bij de Hoge Raad 25-08-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:902 Parket bij de Hoge Raad 25-08-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (2.187 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 18/04719
Datum 14 januari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 november 2018, nummer 20/001463-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de betrokkene.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft G.J.P.M. Mooren, advocaat te Goirle, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het eerste middel
2.1
Het middel klaagt dat het Hof bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel ten onrechte tevens voordeel dat is gerelateerd aan een in de hoofdzaak gegeven partiële vrijspraak heeft betrokken.
2.2
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 14 tot en met 16 is het middel terecht voorgesteld.
3Beoordeling van het tweede middel
Gelet op de hierna volgende beslissing behoeft het middel geen bespreking.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2020.