Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:269

2020-02-18 Strafrecht 18/04438
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-02-18
Publicatiedatum
2020-02-13
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/04438
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/321

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Economische zaak. Bedrijfsafvalstoffen (flessengas) vervoeren zonder vermelding als vervoerder op lijst van vervoerders, handelaars en bemiddelaars, begaan door rechtspersoon (in Duitsland gevestigde onderneming), art. 10.55 Wet milieubeheer. Verweer dat art. 10.55 Wm buiten toepassing moet worden gelaten. Is registratie-eis in Nederland in strijd met art. 15, 16 en 52 EU-Handvest en zelfstandig unierechtelijk evenredigheidsbeginsel, nu verdachte in Duitsland al is geregistreerd als vervoerder van afvalstoffen? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

  • ECLI:NL:OGHACMB:2025:71 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 21-03-2025

Volledige tekst

Volledige tekst (1.861 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 18/04438 E

Datum 18 februari 2020




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, economische kamer, van 25 september 2018, nummer 21/002199-17, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.G.J. Sanderink, advocaat te Enschede, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2020.