Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:239

2020-02-11 Strafrecht 18/04558
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-02-11
Publicatiedatum
2020-02-11
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/04558
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/282

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Caribische zaak. Zedendelicten (o.m. verkrachting) te Curaçao tegen drie tienermeisje en vier jongvolwassen vrouwen die lid waren van een geloofsgemeenschap waarvan verdachte oprichter, organisatorisch en geestelijk leidsman was. Middelen over o.m. bewijsvoering en strafmotivering. Bewijsminimum (unus testis, art. 342.2 Sv). De motivering van de opgelegde 14 jaren gevangenisstraf zou “binnen het Koninkrijk verbazing” wekken en “wat betreft de detentieomstandigheden” onbegrijpelijk zijn. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.907 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER





Nummer 18/04558 A

Datum 11 februari 2020




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 18 oktober 2018, nummer H 100/2017, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2020.