Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:212
2020-02-07
Civiel recht; Verbintenissenrecht
18/04400
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:212 → ECLI:NL:GHSHE:2018:3031 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:212 → ECLI:NL:PHR:2019:1078 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Zorgplicht bank bij verstrekking hypothecaire lening met daaraan gekoppelde financieringsconstructie met belegging van eigen vermogen. Verjaring; onderzoeksplicht; overkreditering; condicio sine qua non-verband.
Citeert (1)
- ECLI:NL:GHSHE:2018:3031 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17-07-2018
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.480 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/04400
Datum 7 februari 2020
ARREST
In de zaak van
VAN LANSCHOT N.V., voorheen F. van Lanschot Bankiers N.V.,gevestigd te 's-Hertogenbosch,
EISERES tot cassatie,
hierna: de Bank,
advocaat: J. de Bie Leuveling Tjeenk,
tegen
1. [verweerder 1] ,wonende te [woonplaats] ,
2. [verweerder 2] ,wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders] ,
advocaten: J.W. de Jong en J.L. Luiten.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/O1/287899/HA ZA 14-944 van de rechtbank Oost-Brabant van 6 mei 2015, 1 juli 2015 en 10 februari 2016;
het arrest in de zaak 200.191.172/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 juli 2018 (ECLI:NL:GHSHE:2018:3031).
De Bank heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Bank mede door R.B. Akkerhuis.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Bank heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Bank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 7 februari 2020.
CIVIELE KAMER
Nummer 18/04400
Datum 7 februari 2020
ARREST
In de zaak van
VAN LANSCHOT N.V., voorheen F. van Lanschot Bankiers N.V.,gevestigd te 's-Hertogenbosch,
EISERES tot cassatie,
hierna: de Bank,
advocaat: J. de Bie Leuveling Tjeenk,
tegen
1. [verweerder 1] ,wonende te [woonplaats] ,
2. [verweerder 2] ,wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders] ,
advocaten: J.W. de Jong en J.L. Luiten.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/O1/287899/HA ZA 14-944 van de rechtbank Oost-Brabant van 6 mei 2015, 1 juli 2015 en 10 februari 2016;
het arrest in de zaak 200.191.172/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 juli 2018 (ECLI:NL:GHSHE:2018:3031).
De Bank heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Bank mede door R.B. Akkerhuis.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Bank heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Bank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 7 februari 2020.