Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:2098

2020-12-18 Civiel recht; Ondernemingsrecht 19/04605
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-12-18
Publicatiedatum
2020-12-17
Rechtsgebied
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
19/04605
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2021/85 | OR-Updates.nl 2021-0034 | INS-Updates.nl 2021-0044 | JONDR 2021/104

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Aansprakelijkheidsrecht. Vraag of sprake is van afgeleide schade die niet voor vergoeding in aanmerking komt. Vervolg op HR 20 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1293.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.035 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


CIVIELE KAMER



Nummer 19/04605

Datum 18 december 2020


ARREST


In de zaak van



[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: [eiser],
advocaat: D. Rijpma,


tegen


COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: Rabobank,
advocaat: T.T. van Zanten.


1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:


de vonnissen in de zaak C/08/129059 / HAZA 12-182 van de rechtbank Almelo van 31 oktober 2012, en van de rechtbank Overijssel van 7 augustus 2013, 23 oktober 2013 en 7 januari 2015;


de arresten in de zaak 200.167.819 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 januari 2017 en 9 juli 2019.




[eiser] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld. Rabobank heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Rabobank mede door M.E. ten Brinke.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van Rabobank heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.



2Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van deze arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.






3Beslissing
De Hoge Raad:


verwerpt het principale beroep;


veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.






Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 18 december 2020.