Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:2094
2020-12-18
Civiel recht; Insolventierecht
20/01958
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:2094 → ECLI:NL:GHARL:2020:2729 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:2094 → ECLI:NL:PHR:2020:1062 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Inbewaringstelling gefailleerde; art. 87 Fw. Proportionaliteit en subsidiariteit.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.305 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01958
Datum 18 december 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
G.W. BREUKER, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [de gefailleerde] ,kantoorhoudende te Groningen,
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: T.T. van Zanten,
tegen
[de gefailleerde] ,wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [de gefailleerde] ,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikkingen in de zaak C/18/18/83F van de rechtbank Noord-Nederland van 20 februari 2020 en 17 maart 2020;
de beschikking in de zaken 200.275.695/01 en 200.275.846/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 april 2020.
De curator heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. [de gefailleerde] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de gefailleerde] begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 18 december 2020.
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01958
Datum 18 december 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
G.W. BREUKER, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [de gefailleerde] ,kantoorhoudende te Groningen,
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: T.T. van Zanten,
tegen
[de gefailleerde] ,wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [de gefailleerde] ,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikkingen in de zaak C/18/18/83F van de rechtbank Noord-Nederland van 20 februari 2020 en 17 maart 2020;
de beschikking in de zaken 200.275.695/01 en 200.275.846/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 april 2020.
De curator heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. [de gefailleerde] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de gefailleerde] begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 18 december 2020.