Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:2075

2020-12-18 Bestuursrecht; Belastingrecht 20/01135
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-12-18
Publicatiedatum
2020-12-16
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
20/01135
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2020/3196 | V-N 2021/3.26.4 | FutD 2020-3781 | Viditax (FutD) 2020121810

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.130 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


BELASTINGKAMER



Nummer 20/01135

Datum 18 december 2020



ARREST


in de zaak van



[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)


tegen


de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN


op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 februari 2020, nr. 19/00170, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 17/6876), betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikking.




1Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.




2Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
- stelt belanghebbende een termijn van vier weken, te rekenen vanaf de datum waarop dit arrest is gewezen, om alsnog te voldoen aan de informatiebeschikking.



Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2020.