Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:2058

2020-12-15 Strafrecht 19/05046
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-12-15
Publicatiedatum
2020-12-15
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
19/05046
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2021/125

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verduistering in dienstbetrekking (meermalen gepleegd) door als kassamedewerker van tankstation geldbedragen af te romen, art. 322 Sr. Strafmotivering. Overwegingen t.a.v. door AG gevorderde straf en overschrijding redelijke termijn in h.b. (zonder te vermelden welke straf zou zijn opgelegd indien redelijke termijn niet zou zijn overschreden) begrijpelijk? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.815 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER





Nummer 19/05046

Datum 15 december 2020




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 oktober 2019, nummer 20-000595-17, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te
's-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 2020.