Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:1961
2020-12-08
Strafrecht
20/02034
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:1961 → ECLI:NL:PHR:2020:943
Inhoudsindicatie
Beschikking, gijzeling getuige ex art. 221 Sv. Ontvankelijkheid cassatieberoep na beëindiging gijzeling. Hof heeft betrokkene (getuige) n-o verklaard in zijn h.b. tegen beschikking Rb tot in gijzeling houden getuige. HR: Op redenen vermeld in CAG zal HR cassatieberoep van betrokkene niet in behandeling nemen. CAG: In ECLI:NL:HR:1997:AB9988 is bepaald dat getuige die reeds uit gijzeling is ontslagen, n-o is in zijn cassatieberoep tegen afwijzing van verzoek tot ontslag uit gijzeling, wegens gebrek aan belang. Uit ingewonnen detentiegegevens is gebleken dat gijzeling van betrokkene inmiddels is beëindigd. Volgt n-o verklaring van beroep.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.484 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/02034 B
Datum 8 december 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden van 1 juli 2020, nummer AV 000723-20, in de zaak
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de betrokkene.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet‑ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad zal het cassatieberoep van de betrokkene niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 december 2020.
STRAFKAMER
Nummer 20/02034 B
Datum 8 december 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden van 1 juli 2020, nummer AV 000723-20, in de zaak
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de betrokkene.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet‑ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad zal het cassatieberoep van de betrokkene niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 december 2020.