Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:1853

2020-11-20 Civiel recht; Verbintenissenrecht 19/04450
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-11-20
Publicatiedatum
2020-11-19
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
19/04450
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/1243

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Verkoop percelen weiland aan kopers die kort daarna doorverkopen aan projectontwikkelaars. Dwaling verkoper/oorspronkelijk eigenaar?

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.993 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


CIVIELE KAMER



Nummer 19/04450

Datum 20 november 2020


ARREST


In de zaak van



[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: [eiser],
advocaat: J.P. van den Berg,


tegen

1. HBC SCHOONHOVEN B.V.,gevestigd te Schoonhoven,
2. [verweerder 2],wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: HBC c.s.,
advocaat: D. Rijpma.


1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:


het vonnis in de zaak C/09/509658 / HA ZA 16-480 van de rechtbank Den Haag van 13 december 2017;


het arrest in de zaak 200.236.208/01 van het gerechtshof Den Haag van 2 juli 2019.




[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
HBC c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping, tevens voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingediend.

[eiser] heeft een verweerschrift tot referte in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep ingediend.
De zaak is voor HBC c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.



2Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.






3Beslissing
De Hoge Raad:


verwerpt het principale beroep;


veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van HBC c.s. begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.






Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 20 november 2020.