Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:1792
2020-11-13
Civiel recht
19/04703
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:1792 → ECLI:NL:GHSHE:2019:2550 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:1792 → ECLI:NL:PHR:2020:893 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Burenrecht. Overbouw; legalisering door vestiging erfdienstbaarheid; art. 5:54 lid 1 BW. Kan de eigenaar die de overbouw tot stand heeft gebracht, kwade trouw of grove schuld in de zin van art. 5:54 lid 3 BW worden verweten?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:RBOVE:2026:5388 Rechtbank Overijssel 26-08-2026
- ECLI:NL:PHR:2024:469 Parket bij de Hoge Raad 26-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:469 Parket bij de Hoge Raad 26-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2022:871 Parket bij de Hoge Raad 30-09-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (2.379 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/04703
Datum 13 november 2020
ARREST
In de zaak van
1. [eigenaar 1],wonende te [woonplaats].
2. [eigenaar 2],wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [de eigenaars],
advocaat: R.T. Wiegerink,
tegen
[de buurman],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [de buurman],
advocaat: M.J. van Basten Batenburg.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/01/317026/HA ZA 17-75 van de rechtbank Oost-Brabant van 22 maart 2017 en 15 november 2017;
het arrest in de zaak 200.232.882/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 juli 2019.
[de eigenaars] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[de buurman] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [de eigenaars] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [de eigenaars] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de buurman] begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 13 november 2020.
CIVIELE KAMER
Nummer 19/04703
Datum 13 november 2020
ARREST
In de zaak van
1. [eigenaar 1],wonende te [woonplaats].
2. [eigenaar 2],wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [de eigenaars],
advocaat: R.T. Wiegerink,
tegen
[de buurman],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [de buurman],
advocaat: M.J. van Basten Batenburg.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/01/317026/HA ZA 17-75 van de rechtbank Oost-Brabant van 22 maart 2017 en 15 november 2017;
het arrest in de zaak 200.232.882/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 juli 2019.
[de eigenaars] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[de buurman] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [de eigenaars] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [de eigenaars] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de buurman] begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 13 november 2020.