Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:1599
2020-10-09
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
19/02474
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:1599 → ECLI:NL:PHR:2020:368 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Compensatie voor passagiers luchtvaartmaatschappij op grond van EG-Verordening 261/2004 wegens annulering vlucht. Uitspraak kantonrechter waartegen geen hoger beroep open staat (art. 332 Rv); Small claims-Verordening. Ontvankelijkheid in cassatie; uitbreiding beperkte cassatiegronden (art. 80 lid 1 RO) tot schending EU-recht?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.429 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/02474
Datum 9 oktober 2020
ARREST
In de zaak van
AEGEAN AIRLINES S.A.,gevestigd te Kifissia, Griekenland,
EISERES tot cassatie,
hierna: Aegean,
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
1. [verweerder 1],wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3], minderjarig kind vertegenwoordigd door
verweerders onder 1 en 2,
wonende te [woonplaats],
4. [verweerder 4],wonende te [woonplaats],
5. [verweerster 5],wonende te [woonplaats],
6. [verweerder 6],wonende te [woonplaats],
7. [verweerder 7],wonende te [woonplaats],
8. [verweerster 8],
wonende te [woonplaats],
9. [verweerster 9],
wonende te [woonplaats],
10. [verweerder 10], minderjarig kind vertegenwoordigd door verweerster onder 9,
wonende te [woonplaats],
11. [verweerder 11],
wonende te [woonplaats],
12. [verweerster 12],
wonende te [woonplaats],
13. [verweerster 13], minderjarig kind vertegenwoordigd door verweerster onder 12,
wonende te [woonplaats],
14. [verweerder 14], minderjarig kind vertegenwoordigd door verweerster onder 12,
wonende te [woonplaats],
15. [verweerder 15],
wonende [woonplaats],
16. [verweerster 16],
wonende te [woonplaats],
17. [verweerder 17], minderjarig kind vertegenwoordigd door
verweerster onder 16,
wonende te [woonplaats],
18. [verweerder 18],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: de passagiers,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak 6818999 CV EXPL 18-1913, 6818436 CV EXPL 18-1911 en 6818774 CV EXPL 18-1912 van de kantonrechter te Assen van 19 februari 2019.
Aegean heeft tegen de vonnissen beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de passagiers is verstek verleend.
De zaak is voor Aegean toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Aegean heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de vonnissen van de kantonrechter beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die vonnissen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Aegean in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de passagiers begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.H. Sieburgh op 9 oktober 2020.
CIVIELE KAMER
Nummer 19/02474
Datum 9 oktober 2020
ARREST
In de zaak van
AEGEAN AIRLINES S.A.,gevestigd te Kifissia, Griekenland,
EISERES tot cassatie,
hierna: Aegean,
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
1. [verweerder 1],wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3], minderjarig kind vertegenwoordigd door
verweerders onder 1 en 2,
wonende te [woonplaats],
4. [verweerder 4],wonende te [woonplaats],
5. [verweerster 5],wonende te [woonplaats],
6. [verweerder 6],wonende te [woonplaats],
7. [verweerder 7],wonende te [woonplaats],
8. [verweerster 8],
wonende te [woonplaats],
9. [verweerster 9],
wonende te [woonplaats],
10. [verweerder 10], minderjarig kind vertegenwoordigd door verweerster onder 9,
wonende te [woonplaats],
11. [verweerder 11],
wonende te [woonplaats],
12. [verweerster 12],
wonende te [woonplaats],
13. [verweerster 13], minderjarig kind vertegenwoordigd door verweerster onder 12,
wonende te [woonplaats],
14. [verweerder 14], minderjarig kind vertegenwoordigd door verweerster onder 12,
wonende te [woonplaats],
15. [verweerder 15],
wonende [woonplaats],
16. [verweerster 16],
wonende te [woonplaats],
17. [verweerder 17], minderjarig kind vertegenwoordigd door
verweerster onder 16,
wonende te [woonplaats],
18. [verweerder 18],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: de passagiers,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak 6818999 CV EXPL 18-1913, 6818436 CV EXPL 18-1911 en 6818774 CV EXPL 18-1912 van de kantonrechter te Assen van 19 februari 2019.
Aegean heeft tegen de vonnissen beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de passagiers is verstek verleend.
De zaak is voor Aegean toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Aegean heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de vonnissen van de kantonrechter beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die vonnissen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Aegean in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de passagiers begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.H. Sieburgh op 9 oktober 2020.