Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:158

2020-01-31 Bestuursrecht; Belastingrecht 19/02427
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-01-31
Publicatiedatum
2020-01-29
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
19/02427
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2020/260 | V-N 2020/9.24.6 | Belastingblad 2020/108 met annotatie van L.J. Boone | FutD 2020-0325 | Viditax (FutD) 2020013118

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.874 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


BELASTINGKAMER



Nummer 19/02427

Datum 31 januari 2020


ARREST


In de zaak van



[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)


en


het DAGELIJKS BESTUUR VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK BELASTINGKANTOOR LOCOCENSUS-TRICIJN


op de beroepen in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 april 2019, nrs. 17/00826 en 17/00827, betreffende aan belanghebbende voor de jaren 2009 en 2010 opgelegde aanslagen in de zuiveringsheffing en de daarbij gegeven boetebeschikkingen.


1. Het eerste geding in cassatie


Bij arrest van de Hoge Raad van 17 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2879, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (nrs. 15/00673, 15/00675 en 15/00676), met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.



2Het tweede geding in cassatie

Zowel belanghebbende als het dagelijks bestuur van het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn (hierna: GBLT) heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
GBLT heeft een verweerschrift ingediend.
Namens partijen is de zaak toegelicht, voor belanghebbende zowel schriftelijk als mondeling door A.E.H. van der Voort Maarschalk en C. Presilli, advocaten te Amsterdam, en voor het GBLT mondeling door A.G. Hendriks, advocaat te Rotterdam.




3Beoordeling van de door belanghebbende aangevoerde klachten
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



4Beoordeling van de door GBLT aangevoerde klachten
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



5Proceskosten

Wat betreft het beroep in cassatie van GBLT zal GBLT worden veroordeeld tot vergoeding van de kosten die belanghebbende voor het geding in cassatie heeft moeten maken.
Wat betreft het beroep in cassatie van de belanghebbende ziet de Hoge Raad geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.




6Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart beide beroepen in cassatie ongegrond, en
- veroordeelt het dagelijks bestuur van het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.050 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.



Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra, J. Wortel, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2020.








Van het dagelijks bestuur van het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn wordt een griffierecht geheven van € 519.