Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:1495
2020-09-25
Civiel recht; Verbintenissenrecht
20/00822
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:1495 → ECLI:NL:GHAMS:2019:4310 niet ontvankelijk
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:1495 → ECLI:NL:PHR:2020:846 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 80a RO. Verbintenissenrecht. Bewijs; art. 149 lid 1 Rv. Klachten dat hof nadrukkelijk betwiste stellingen als bewezen heeft geoordeeld; motiveringsklachten m.b.t. hetgeen in hoger beroep is aangevoerd en over passeren bewijsaanbod.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.335 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/00822
Datum 25 september 2020
ARREST
In de zaak van
[eiseres],wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: J.P. van den Berg,
tegen
[verweerder],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/15/258998 / HA ZA 17-364 van de rechtbank Noord-Holland van 21 juni 2017;
de vonnissen in de zaak C/15/263017 / HA ZA 17-595 van de rechtbank Noord-Holland van 4 oktober 2017 en 28 maart 2018;
de arresten in de zaak 200.241.031/01 van het gerechtshof Amsterdam van 6 november 2018 en 3 december 2019.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 3 december 2019 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres] in haar cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op dat standpunt gereageerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 25 september 2020.
CIVIELE KAMER
Nummer 20/00822
Datum 25 september 2020
ARREST
In de zaak van
[eiseres],wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: J.P. van den Berg,
tegen
[verweerder],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/15/258998 / HA ZA 17-364 van de rechtbank Noord-Holland van 21 juni 2017;
de vonnissen in de zaak C/15/263017 / HA ZA 17-595 van de rechtbank Noord-Holland van 4 oktober 2017 en 28 maart 2018;
de arresten in de zaak 200.241.031/01 van het gerechtshof Amsterdam van 6 november 2018 en 3 december 2019.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 3 december 2019 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres] in haar cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op dat standpunt gereageerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 25 september 2020.