Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:1492

2020-09-25 Civiel recht 19/03066
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-09-25
Publicatiedatum
2020-09-23
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
19/03066
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/1029 | OR-Updates.nl 2020-0336 | JONDR 2020/931

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Onrechtmatig handelen bestuurder vennootschap jegens werknemer met opeisbare loonvordering, door opbrengst verkoop onderneming over te maken naar privérekening bestuurder. Afwijzing vordering vanwege ontbreken causaal verband met gevorderde schade. Motiveringsklachten.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.243 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


CIVIELE KAMER



Nummer 19/03066

Datum 25 september 2020


ARREST


In de zaak van



[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: M.E. Bruning,


tegen



[verweerder],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
niet verschenen.


1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:


de vonnissen in de zaak 5443084/CV EXPL 16-16060/406 van de kantonrechter te Arnhem van 11 januari 2017 en 14 juni 2017;


de arresten in de zaak 200.224.063 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 december 2018 en 26 maart 2019.




[eiser] heeft tegen het arrest van 26 maart 2019 van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.



2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).





3Beslissing
De Hoge Raad:


verwerpt het beroep;


veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.






Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 25 september 2020.