Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:1453
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:1453 → ECLI:NL:PHR:2020:639
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Betekening oproeping nadere tz. in h.b. Ontbrekende oproeping en akte van uitreiking. Cassatieklacht mogelijk? Nu p-v nadere tz. in h.b. niets inhoudt waaruit kan volgen dat niet gemachtigde raadsman gelegenheid heeft gehad te klagen over betekening van oproeping voor die tz., moet het ervoor worden gehouden dat raadsman die gelegenheid niet heeft gehad, zodat in cassatie kan worden geklaagd over betekening van deze oproeping (ECLI:NL:HR:2007:AZ8360). Bij de aan HR gezonden stukken bevindt zich niet oproeping voor nadere tz. in h.b. inzake ontneming van w.v.v., noch akte van uitreiking van dergelijke oproeping, zodat niet kan worden vastgesteld of dergelijke oproeping aan betrokkene is betekend en zo ja, of die betekening in overeenstemming met art. 588 (oud) Sv heeft plaatsgevonden. Dat brengt mee dat het in cassatie ervoor moet worden gehouden dat oproeping niet op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend. HR verklaart betekening oproeping nadere tz. in h.b. nietig. Samenhang met 18/03916.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2007:AZ8360 Hoge Raad 05-06-2007
Geciteerd door (5)
- ECLI:NL:PHR:2026:407 Parket bij de Hoge Raad 21-04-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:226 Parket bij de Hoge Raad 10-03-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:25 Parket bij de Hoge Raad 03-02-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:790 Parket bij de Hoge Raad 13-05-2025
- ECLI:NL:PHR:2022:116 Parket bij de Hoge Raad 08-02-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (3.585 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 18/03917 P
Datum 22 september 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof te Arnhem van 11 oktober 2007, nummer 24/000810-06, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de betrokkene.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft M.C. Levy, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof opdat de zaak op het bestaande beroep opnieuw kan worden berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het in de bestreden uitspraak besloten liggend oordeel dat de oproeping voor de nadere terechtzitting in hoger beroep rechtsgeldig is betekend.
2.2
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 30 augustus 2007 houdt niets in waaruit kan volgen dat de niet-gemachtigde raadsman de gelegenheid heeft gehad te klagen over de betekening van de oproeping voor die terechtzitting. Het moet er daarom voor worden gehouden dat de raadsman die gelegenheid niet heeft gehad. Dat betekent dat in cassatie kan worden geklaagd over de betekening van deze oproeping (vgl. HR 5 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ8360).
2.3
Bij de aan de Hoge Raad gezonden stukken bevindt zich niet een oproeping voor de nadere terechtzitting van het hof op 30 augustus 2007 inzake de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel (parketnummer 24-000810-06), noch een akte van uitreiking van een dergelijke oproeping, zodat niet kan worden vastgesteld of een dergelijke oproeping aan de betrokkene is betekend en zo ja, of die betekening in overeenstemming met het in deze zaak toepasselijke artikel 588 (oud) van het Wetboek van Strafvordering heeft plaatsgevonden. Dat brengt mee dat het in cassatie ervoor moet worden gehouden dat de hiervoor genoemde oproeping niet op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend (uitgereikt).
2.4
Het cassatiemiddel is dus terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal de betekening van de oproeping voor de nadere terechtzitting van het hof op 30 augustus 2007 inzake de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel (parketnummer 24-000810-06) nietig verklaren.
3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede cassatiemiddel niet nodig.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verklaart de betekening van de oproeping voor de nadere terechtzitting van het hof op 30 augustus 2007 inzake de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel (parketnummer 24-000810-06) nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 september 2020.