Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:1374
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:1374 → ECLI:NL:PHR:2020:526
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv n.a.v. vordering tot uitlevering ex art. 18 WED door inspectie leefomgeving en transport van facturen m.b.t. import uit China gericht aan BV, waarvan klager aandeelhouder is, t.z.v. verdenking van overtreding van REACH-verordening i.v.m. opslag van uit China geïmporteerde gasflessen met lachgas. Beroep op schending cautieplicht en nemo tenetur beginsel. Absolute competentie, bevoegdheid economische raadkamer. Was gewone raadkamer bevoegd kennis te nemen van klaagschrift, nu klager wordt verdacht van economisch delict? HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Zaak heeft betrekking op verdenking van overtreding van REACH-verordening. Art. 9.3.3.1, 9.3.3.2 en 9.3.3.3 Wet milieubeheer bepalen dat het verboden is te handelen in strijd met bepalingen van deze verordening, terwijl in art. 1a.1 en 1a.2 WED overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens art. 9.3.3.1, 9.3.3.2. en 9.3.3.3 Wet milieubeheer, zijn aangewezen als economische delicten. Gelet op ECLI:NL:HR:2007:BB8752 diende daarom economische kamer als raadkamer op te treden. Beschikking houdt echter niet in dat zij is gegeven door economische raadkamer en uit p-v van behandeling van klaagschrift in raadkamer kan evenmin worden afgeleid dat klaagschrift is behandeld door economische raadkamer. Gelet hierop moet het voor worden gehouden dat klaagschrift ten onrechte niet is behandeld door economische raadkamer. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 19/04733 B.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2023:296 Parket bij de Hoge Raad 21-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:1219 Parket bij de Hoge Raad 20-12-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (2.234 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 19/04742 B
Datum 15 september 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel van 13 september 2019, nummer RK 19/280, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de klager.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben Th.J. Kelder, advocaat te ’s‑Gravenhage, en P. Uijtdewillegen, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Overijssel teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het klaagschrift ten onrechte niet is behandeld door de economische raadkamer van de rechtbank en dat de beschikking ten onrechte niet is gewezen door de economische raadkamer van de rechtbank.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Overijssel, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 september 2020.