Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:1327
2020-08-28
Bestuursrecht; Belastingrecht
19/05833
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:1327 → ECLI:NL:GHSHE:2019:4215
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2025:277 Parket bij de Hoge Raad 28-02-2025
- ECLI:NL:PHR:2021:854 Parket bij de Hoge Raad 22-09-2021
Volledige tekst
Volledige tekst (2.695 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 19/05833
Datum 28 augustus 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
en
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE EINDHOVEN
op de beroepen in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 november 2019, nr. 19/00004, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (nr. SHE 18/168) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting.
1Geding in cassatie
Zowel belanghebbende als het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven (hierna: het College) heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
Belanghebbende en het College hebben over en weer een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Het College heeft een conclusie van dupliek ingediend.
2. Beoordeling van de door belanghebbende en door het College voorgestelde klachten
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
Wat betreft het beroep in cassatie van het College zal het College worden veroordeeld tot vergoeding van de kosten die belanghebbende voor het geding in cassatie heeft moeten maken.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart de beroepen in cassatie ongegrond, en
- veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.050 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2020.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven wordt een griffierecht geheven van € 519.
BELASTINGKAMER
Nummer 19/05833
Datum 28 augustus 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
en
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE EINDHOVEN
op de beroepen in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 november 2019, nr. 19/00004, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (nr. SHE 18/168) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting.
1Geding in cassatie
Zowel belanghebbende als het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven (hierna: het College) heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
Belanghebbende en het College hebben over en weer een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Het College heeft een conclusie van dupliek ingediend.
2. Beoordeling van de door belanghebbende en door het College voorgestelde klachten
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
Wat betreft het beroep in cassatie van het College zal het College worden veroordeeld tot vergoeding van de kosten die belanghebbende voor het geding in cassatie heeft moeten maken.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart de beroepen in cassatie ongegrond, en
- veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.050 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2020.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven wordt een griffierecht geheven van € 519.