Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:1281
2020-07-17
Civiel recht; Arbeidsrecht
19/01424
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:1281 → ECLI:NL:GHARL:2019:1398 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:1281 → ECLI:NL:PHR:2020:231 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Arbeidsrecht. Verzekeringnemer stelt rechtsbijstandsverzekeraar aansprakelijk op de grond dat in ontbindingsprocedure geen tegenverzoek tot ontbinding is gedaan. Hof oordeelt dat verzekeringnemer daardoor geen schade heeft geleden omdat bij tegenverzoek geen hogere vergoeding zou zijn toegekend. Klachten over onder meer toepassing aanbevelingen kring van kantonrechters (factor C).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.348 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/01424
Datum 17 juli 2020
ARREST
In de zaak van
[eiseres],wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: J. den Hoed,
tegen
N.V. UNIVÉ SCHADE,gevestigd te Assen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Univé,
advocaat: M.E. Franke.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/19/112301/HA ZA 15-239 van de rechtbank Noord-Nederland van 17 februari 2016 en 28 september 2016;
de arresten in de zaak 200.208.603/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 april 2018 en 18 december 2018 en de beschikking van dat hof van 12 februari 2019.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 18 december 2018 beroep in cassatie ingesteld.
Univé heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Univé begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 17 juli 2020.
CIVIELE KAMER
Nummer 19/01424
Datum 17 juli 2020
ARREST
In de zaak van
[eiseres],wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: J. den Hoed,
tegen
N.V. UNIVÉ SCHADE,gevestigd te Assen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Univé,
advocaat: M.E. Franke.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/19/112301/HA ZA 15-239 van de rechtbank Noord-Nederland van 17 februari 2016 en 28 september 2016;
de arresten in de zaak 200.208.603/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 april 2018 en 18 december 2018 en de beschikking van dat hof van 12 februari 2019.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 18 december 2018 beroep in cassatie ingesteld.
Univé heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Univé begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 17 juli 2020.