Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:1219

2020-07-03 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht 19/02138
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-07-03
Publicatiedatum
2020-07-02
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
19/02138
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/841

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Procesrecht. Letselschade. Schadebegroting. Deskundigenonderzoek.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.552 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


CIVIELE KAMER



Nummer 19/02138

Datum 3 juli 2020


ARREST


In de zaak van



[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: H.J.W. Alt,


tegen


ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: ASR,
advocaten: B.T.M. van der Wiel en L.V. van Gardingen.


1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:


de vonnissen in de zaak C/16/201467 / HA ZA 05-1970 MAR van de rechtbank Utrecht van 4 oktober 2006, 24 december 2008, 9 juni 2010, 10 november 2010, 19 september 2012 en van de rechtbank Midden-Nederland van 22 oktober 2014 en 9 september 2015;


het arrest in de zaak 200.183.358 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 januari 2019.




[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ASR heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor ASR toegelicht door haar advocaten en mede door J.H.G. Hordijk.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.



2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).





3Beslissing
De Hoge Raad:


verwerpt het beroep;


veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ASR begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.






Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 3 juli 2020.