Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:1208

2020-07-07 Strafrecht 18/03364
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-07-07
Publicatiedatum
2020-07-02
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
18/03364
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/894

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen illegale handel in medicijnen vermeld op bij Opiumwet behorende lijsten I en II, meermalen gepleegd (art. 2.B en 3.B Opiumwet) en witwassen hoeveelheid geld (art. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr). 1. Uos m.b.t. illegale handel t.a.v. gebruik voor bewijs van enkelvoudige fotoconfrontatie en scenario dat niet verdachte maar zijn ex-vriendin gebruiker was van e-mailadres dat voor medicijnhandel werd gebruikt. 2. Afwijzing ttz. in h.b. voorwaardelijk gedaan getuigenverzoek (o.m. ex-vriendin van verdachte). HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/03365 P en 18/05066 P.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.698 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 18/03364

Datum 7 juli 2020




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 juli 2018, nummer 21/002462-15, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van ’t Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend voor wat betreft de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering van die gevangenisstraf in de mate die de Hoge Raad goeddunkt, en tot verwerping van het beroep voor het overige.




2Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beoordeling van het derde cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.


3.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van acht maanden.




3Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze zeven maanden en twee weken beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.




Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2020.