Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:1099

2020-06-23 Strafrecht 19/02400
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-06-23
Publicatiedatum
2020-06-22
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
19/02400
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/832

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Valsheid in geschrift, art. 225.1 Sr. Middelen over 1. ontoereikende motivering oordeel dat geschrift “in strijd met de waarheid” is en over reactie op u.o.s. over betrouwbaarheid van verklaring daaromtrent en 2. bewijsklacht v.zv. inhoudend “gebruik heeft/gemaakt als ware het echt en onvervalst en opzettelijk heeft/ doen afleveren door tussenkomst van A”. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.893 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 19/02400

Datum 23 juni 2020




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 8 mei 2019, nummer 23-000478-17, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben N. Gonzalez Bos en J.S. Nan, advocaten te Amsterdam en 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Namens de verdachte hebben J.S Nan en A.J.M. de Swart, advocaten te ’s-Gravenhage, daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2020.