Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:1043
2020-06-12
Civiel recht
19/02017
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:1043 → ECLI:NL:GHSHE:2019:176 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:1043 → ECLI:NL:PHR:2020:289 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Maatstaf. Motiveringsklachten.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2019:1283 Hoge Raad 19-07-2019
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2020:778 Parket bij de Hoge Raad 04-09-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (2.220 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/02017
Datum 12 juni 2020
ARREST
In de zaak van
[eiser] ,wonende te [woonplaats] ,
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser] ,
advocaat: K. Aantjes,
tegen
[verweerster] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster] ,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 3396277 CV EXPL 14-5456 van de kantonrechter te Breda van 1 juli 2015;
b. het arrest in de zaak 200.182.062/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 januari 2019.
c. zijn uitspraak op verstekverlening in deze zaak, ECLI:NL:HR:2019:1283, van 19 juli 2019.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 12 juni 2020.
CIVIELE KAMER
Nummer 19/02017
Datum 12 juni 2020
ARREST
In de zaak van
[eiser] ,wonende te [woonplaats] ,
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser] ,
advocaat: K. Aantjes,
tegen
[verweerster] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster] ,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 3396277 CV EXPL 14-5456 van de kantonrechter te Breda van 1 juli 2015;
b. het arrest in de zaak 200.182.062/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 januari 2019.
c. zijn uitspraak op verstekverlening in deze zaak, ECLI:NL:HR:2019:1283, van 19 juli 2019.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 12 juni 2020.