Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:1041
2020-06-12
Civiel recht
19/00933
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:1041 → ECLI:NL:GHARL:2018:10098 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:1041 → ECLI:NL:PHR:2020:27 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Schadevergoeding uit onrechtmatige daad. Voordeelverrekening.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2020:744 Parket bij de Hoge Raad 28-08-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (2.201 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/00933
Datum 12 juni 2020
ARREST
In de zaak van
Gerard Willem BREUKER, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement
van [A] B.V.,kantoorhoudende te Groningen,
EISER tot cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: B.I. Kraaipoel,
tegen
[verweerder],wonende te Bruntinge,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/18/161642 / HA ZA 15-238 van de rechtbank Noord-Nederland van 17 februari 2016 en 1 juni 2016;
de arresten in de zaak 200.197.299/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 maart 2018 en 20 november 2018.
De curator heeft tegen het arrest van het hof van 20 november 2018 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer G. Snijders als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 12 juni 2020.
CIVIELE KAMER
Nummer 19/00933
Datum 12 juni 2020
ARREST
In de zaak van
Gerard Willem BREUKER, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement
van [A] B.V.,kantoorhoudende te Groningen,
EISER tot cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: B.I. Kraaipoel,
tegen
[verweerder],wonende te Bruntinge,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/18/161642 / HA ZA 15-238 van de rechtbank Noord-Nederland van 17 februari 2016 en 1 juni 2016;
de arresten in de zaak 200.197.299/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 maart 2018 en 20 november 2018.
De curator heeft tegen het arrest van het hof van 20 november 2018 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer G. Snijders als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 12 juni 2020.