Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:1029
2020-06-09
Strafrecht
19/02549
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:1029 → ECLI:NL:GHSHE:2019:2002
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:1029 → ECLI:NL:PHR:2020:586
Inhoudsindicatie
Schietpartij in Lithoijen. Medeplegen voorhanden hebben van munitie, art. 26.1 WWM. Meervoudige kwalificatie. Heeft hof ten onrechte “meermalen gepleegd” toegevoegd aan kwalificatie? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: In ECLI:NL:HR:1997:ZD0737 heeft HR geoordeeld dat voorhanden hebben van aantal patronen van categorie III slechts één strafbaar feit oplevert. In ECLI:NL:HR:2005:AS6030 heeft HR geoordeeld dat ook voorhanden hebben van munitie van categorie II en/of categorie III, zoals in onderhavige zaak het geval is, slechts één strafbaar feit oplevert. HR verbetert kwalificatie. Samenhang met 19/02626.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (5)
- ECLI:NL:PHR:2024:1100 Parket bij de Hoge Raad 22-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:622 Parket bij de Hoge Raad 27-06-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:1055 Parket bij de Hoge Raad 05-07-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:1159 Parket bij de Hoge Raad 07-12-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:992 Parket bij de Hoge Raad 07-09-2021
Volledige tekst
Volledige tekst (3.033 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/02549
Datum 9 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 mei 2019, nummer 20-000668-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de kwalificatie van het onder 2 bewezenverklaarde, tot verbetering van de kwalificatie, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof het onder 2 bewezenverklaarde, voor zover betrekking hebbend op het voorhanden hebben van munitie, ten onrechte heeft gekwalificeerd als “handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd”, aangezien het bewezenverklaarde in zoverre slechts één overtreding van het in artikel 26 lid 1 Wet wapens en munitie vervatte verbod oplevert.
3.2
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 27 tot en met 30 is het middel terecht voorgesteld en zal de Hoge Raad de kwalificatie verbeteren.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de kwalificatie van het onder 2 bewezenverklaarde voorhanden hebben van munitie;
- kwalificeert het onder 2 bewezenverklaarde voorhanden hebben van munitie als medeplegen van handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2020.
STRAFKAMER
Nummer 19/02549
Datum 9 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 mei 2019, nummer 20-000668-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de kwalificatie van het onder 2 bewezenverklaarde, tot verbetering van de kwalificatie, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof het onder 2 bewezenverklaarde, voor zover betrekking hebbend op het voorhanden hebben van munitie, ten onrechte heeft gekwalificeerd als “handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd”, aangezien het bewezenverklaarde in zoverre slechts één overtreding van het in artikel 26 lid 1 Wet wapens en munitie vervatte verbod oplevert.
3.2
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 27 tot en met 30 is het middel terecht voorgesteld en zal de Hoge Raad de kwalificatie verbeteren.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de kwalificatie van het onder 2 bewezenverklaarde voorhanden hebben van munitie;
- kwalificeert het onder 2 bewezenverklaarde voorhanden hebben van munitie als medeplegen van handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2020.