Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:932
2019-06-14
Civiel recht
18/02602
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:932 → ECLI:NL:GHAMS:2018:937 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:932 → ECLI:NL:PHR:2019:384 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Zorgplicht bank. Was executoriale verkoop bedrijfspanden onrechtmatig? Heeft bank voldoende rekening gehouden met belangen van de eigenaar van de bedrijfspanden?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.131 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/02602
Datum 14 juni 2019
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1] ,wonende te [woonplaats] ,
2. [eiseres 2] B.V. ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
3. [eiseres 3] ,wonende te [woonplaats] ,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers] ,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
tegen
1. [verweerster 1],gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerster 2],gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: Rabobank,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/541590/HA ZA 13-531 van de rechtbank Amsterdam van 2 oktober 2013, 23 juli 2014 en 29 april 2015;
b. het arrest in de zaak 200.178.645/01 van het gerechtshof Amsterdam van 13 maart 2018.
[eisers] hebben tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Rabobank is verstek verleend.
De zaak is voor [eisers] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 14 juni 2019.
CIVIELE KAMER
Nummer 18/02602
Datum 14 juni 2019
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1] ,wonende te [woonplaats] ,
2. [eiseres 2] B.V. ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
3. [eiseres 3] ,wonende te [woonplaats] ,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers] ,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
tegen
1. [verweerster 1],gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerster 2],gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: Rabobank,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/541590/HA ZA 13-531 van de rechtbank Amsterdam van 2 oktober 2013, 23 juli 2014 en 29 april 2015;
b. het arrest in de zaak 200.178.645/01 van het gerechtshof Amsterdam van 13 maart 2018.
[eisers] hebben tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Rabobank is verstek verleend.
De zaak is voor [eisers] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 14 juni 2019.