Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:9
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:9 → ECLI:NL:PHR:2018:993
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 1:37.1 Algemene douanewet (Adw) op personenauto kennelijk ingericht of toegerust om goederen aan ambtelijk toezicht te onttrekken onder anderen dan klaagster. Behoorlijke oproeping klaagster voor behandeling klaagschrift? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. Volgt vernietiging en verwijzing naar Hof. CAG: Art. 1:37.6 Adw bepaalt dat Rb klaagschrift a.b.i. art. 1:37.5 Adw behandelt ex art. 552b Sv. Op procedure van art. 552b Sv zijn algemene bepalingen voor raadkamerbehandeling (art. 21-25 Sv) van toepassing. Volgens art. 23.2 Sv moet belanghebbende voor behandeling worden opgeroepen. Een verzuim hiervan raakt wezenlijke grondslag raadkamerprocedure en brengt nietigheid van onderzoek mee. Uit de stukken volgt dat in cassatie ervan moet worden uitgegaan dat klaagster niet is opgeroepen voor raadkamerbehandeling door Rb. Die behandeling is daarom nietig. CAG gaat in op vraag naar ontvankelijkheid van cassatieberoep, nu uit ingewonnen inlichtingen blijkt dat inbeslaggenomen auto is vernietigd. Voorts merkt CAG ambtshalve op dat Rb Amsterdam i.p.v. Rb Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, bevoegd was klaagschrift te behandelen, nu inbeslagname heeft plaatsgevonden in Amsterdam.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2021:27 Parket bij de Hoge Raad 12-01-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:828 Parket bij de Hoge Raad 22-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1187 Parket bij de Hoge Raad 01-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:177 Parket bij de Hoge Raad 05-03-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.908 tekens)
Strafkamer
nr. S 16/06204 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, van 7 november 2016, nummer RK 16/006240, op een klaagschrift als bedoeld in art. 1:37, vijfde lid, Algemene douanewet, ingediend door:
[klaagster]
, geboren op [geboortedatum] 1988.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing naar de Rechtbank Amsterdam teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
2Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt dat de klaagster niet behoorlijk is opgeroepen voor de behandeling van het namens de klaagster ingediende klaagschrift van 31 augustus 2016.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5.2 tot en met 5.6 is het middel terecht voorgesteld.
3Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 januari 2019.