Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:839
2019-06-04
Strafrecht
18/00240
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:839 → ECLI:NL:GHAMS:2017:5686 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:839 → ECLI:NL:PHR:2019:589
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit handel in heroïne. 1. Heeft Hof met vereiste mate van nauwkeurigheid b.m. aangeduid waaraan het schatting van voordeel heeft ontleend? 2. Is oordeel Hof dat betrokkene partij van 50 kilogram onversneden heroïne heeft verkocht voor € 11.500,- per kilogram en die hoeveelheid heeft aangeschaft voor € 7.500,- per kilogram, toereikend gemotiveerd in het licht van verweer raadsman? HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2010:BN0036 (strafzaak). Samenhang met 18/00238 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o) en 18/00239 P (niet gepubliceerd, art. 81.1 RO).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.622 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/00240
Datum 4 juni 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 31 oktober 2017, nummer 23/005104-14, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,
hierna: de betrokkene.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juni 2019.
STRAFKAMER
Nummer 18/00240
Datum 4 juni 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 31 oktober 2017, nummer 23/005104-14, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,
hierna: de betrokkene.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juni 2019.